FransCeton WebFoto: Paul Jespers Fotografie

Het kan verkeren. Toen Frans Ceton net na de winterstop zijn handtekening zette onder het contract met Olympia’60 was er een keurige zesde plaats in de Derde Klasse. Een half jaar later is Olympia’60 aan het seizoen begonnen in de Vierde Klasse met een sterk vernieuwd team.
“Ja, dat waren wel een paar teleurstellingen”, bekent de Tilburgse oefenmeester. “Eerst de degradatie en vervolgens veel jongens die stopten, lager gingen voetballen of een stapje hogerop gingen.”

Frans is desalniettemin met veel enthousiasme begonnen aan zijn klus. We hebben nu een nieuw team waar aan gebouwd moet worden. Dat heeft tijd nodig, maar het ziet er goed uit. Met Devie, Pepijn, Kjeld en Bryan hebben we een aantal ervaren jongens. Tel daarbij de jonge jongens met veel talent. “We kunnen alleen maar beter worden”, voorspelt Frans. We beginnen de competitie wel met een lastige serie. De ploegen die ik hoger aansla, krijgen we in de eerste wedstrijden. Zo was er al het treffen met The Gunners en wachten nu ONI, Peursum en DOSKO. Dat zijn ploegen die voor de bovenste posities gaan. Ik hoop dat we kort achter dat rijtje ons plekje kunnen vinden. De komende wedstrijden zal het lastig worden veel punten te halen. In de serie richting winterstop zullen we onze slag moeten slaan.
De trainer, die vroeger bij de jeugd van Feyenoord heeft gespeeld, realiseert zich dat een trainer een passant is door maar 2 á 3 jaar bij een club te zijn. Toch vindt hij het belangrijk om een clubman te zijn. “Ik hou me op de hoogte wat er bij de club speelt. Ik vind dat de teamgeest ook tot uiting moet komen na de training op donderdagavond en na de wedstrijd op zaterdag. Ik maak ook die dingen belangrijk voor het team. De jongens moeten graag naar de club komen om te trainen en wedstrijden te spelen.
Dat geldt ook voor de wisselwerking met het Tweede. We hebben elkaar hard nodig. We begonnen met een grote selectie maar door omstandigheden is het nu toch krap. En als we elkaar helpen probeer ik ook de balans te vinden in speeltijd. Als een speler twee keer (bijna) 90 minuten op de bank zit, zal hij daarna toch echt weer spelen in het tweede. En dan nemen we andere spelers mee.
Frans is erg te spreken over zijn staf. Ik heb nog niet vaak gewerkt met een assistent-trainer. Met Hans de Rooij kan ik prima sparren. Hij ziet weer andere dingen. Ik ben blij met zijn inbreng. Zoals dat ook geldt voor Corné en René. Belangrijk dat zij weten wat er rondom het team speelt. Alleen jammer dat we nog geen vaste vlagger hebben.
Het spel dat Frans voor staat, is aanvallend maar wel duidelijk en simpel. Je moet wel de spelers hebben, maar ik speel het liefste 4-3-3. En soms is dat improviseren. Door de blessure van Thymo heb ik bijvoorbeeld Jochem tegen Unitas’30 een linie doorgeschoven. Dat pakte niet verkeerd uit. We wonnen die wedstrijd nog bijna. Maar ik wisselde wél uit voorzorg Bryan terwijl die nog vol vuur was en zelf door wilde. Maar ik heb hem zaterdag ook nodig en kan hem niet door een blessure 6 weken missen. Het zijn de afwegingen waar Frans mee te dealen heeft.
En zo bouwt Frans langzaam aan het team dat veel progressie maakt. “Het kost tijd, maar mooi dat er nu zoveel jeugdspelers doorkomen. In het begin komen ze nog handelingssnelheid tekort en fysieke kracht. Niet vreemd natuurlijk, er staan jongens bij die tegen mannen voetballen die hun vader hadden kunnen zijn”. Maar Frans heeft er vertrouwen in. Binnen een paar jaar staat er weer een team waar Olympia weer prima mee vooruit kan .

Stand Olympia 1

 

Beker

 

Periodestanden

1e periode

 

2e periode

 

3e periode